Geschiedenis

Badminton is afkomstig uit India, waar het onder de naam POONA in de vorige eeuw werd gespeeld. Engelse officieren introduceerden het spel op een party op het landgoed BADMINTON in het Engelse plaatsje Gloucestershire; de naam badminton was geboren. Hoewel er bewijzen zijn dat een soortgelijk spel reeds in de middeleeuwen in Europa en zelfs 2000 jaar geleden in China en later in Japan en bij de Inca’s werd gespeeld houdt men toch het jaar 1873, waarin het badminton zijn naam kreeg, aan als het begin van de ontwikkeling van de badmintonsport. Al in 1931 werd de Nederlandse Badminton Bond (NBB) opgericht, maar toen na de oorlog goedkope badmintonrackets de speelgoedmarkt veroverden, werd badminton snel populair. Badminton is niet meer weg te denken van strand en camping.

Voordelen

De voordelen van badminton op een rijtje:

  • Badminton is een laagdrempelige sport.
  • De basistechniek is betrekkelijk gemakkelijk te leren (immers, wie heeft er niet op straat, strand of de camping tegen een ‘shuttle’ gemept?)
  • Leeftijd is volkomen onbelangrijk, iedereen die redelijk gezond van lijf en leden is kan het badmintonspel beoefenen, of hij nu 8 of 99 is.
  • Badminton is een gemengde sport.
  • Naast de aanschaf van sportkleding en een badmintonracket komen er weinig extra kosten bij (buiten de contributie).
  • Badminton is te beoefenen als recreatiesport en als wedstrijdsport. Iedereen is volkomen vrij te kiezen wat hem of haar het beste ligt.

Beknopte spelregels

Speelveld
Voor het enkelspel gelden de binnenste zijlijnen en de achterste achterlijn. Het veld wordt dus lang en smal. Voor het dubbelspel gelden alle buitenste lijnen. Alleen voor de service geldt de voorste achterlijn. Onderstaand is dit voor het enkelspel en het dubbelspel nog eens apart aangegeven.

Partijen
Het badmintonspel kent in wedstrijdvorm vijf onderdelen:

  • Dames enkelspel (DE)
  • Heren enkelspel (HE)
  • Dames dubbelspel (DD)
  • Heren dubbelspel (HD)
  • Gemengd dubbelspel (GD)

Service

  • Er mag niet geserveerd worden alvorens de tegenstander klaar staat.
  • De service dient onderhands te worden geslagen vanuit het servicevak in het diagonaal
  • ertegenover liggende servicevak. Zowel de serverende als ontvangende partij kan scoren.
  • Alleen bij eigen service wissel je van vak als je een punt maakt. De service gaat over wanneer de serveerder niet scoort.
  • Bij het spel begint men op de stand 0-0 vanuit het rechterservicevak te serveren. Vervolgens wordt er op een oneven stand steeds vanuit het linker- en op een even stand vanuit het rechterservicevak geserveerd. Gaat de service over en is de stand even, dan begint rechts, is de stand oneven dan begint links.

De toss
Middels de toss wordt bepaald wie er mag beginnen.
De shuttle wordt door de scheidsrechter in de lucht gegooid.
Als de shuttle is geland, bepaald de richting waarin de dop ligt welke partij begint.

Telling
Alle speltypen gaan in principe tot 21 punten. Er moet echter bij een stand van 21 wel een verschil van 2 punten zijn. Is dit niet het geval dan wordt er doorgespeeld tot er wel een verschil van 2 punten is, of tot een van de spelers/teams de dertig heeft bereikt. Degene die twee games gewonnen heeft, is de winnaar van de partij. Er wordt na elke game van speelhelft gewisseld. Komt er een beslissende derde game aan te pas, dan dient er van speelhelft gewisseld te worden als één van de spelers/teams 11 punten heeft gescoord.

Er wordt een punt geteld als:

  • de shuttle binnen uw speelveld op de grond valt
  • u de shuttle buiten het speelveld, in het net, onder het net, tegen het plafond of tegen de zijmuren slaat
  • u de shuttle slaat voordat deze over het net heen is
  • u de shuttle bij de service buiten het serveer vak slaat
  • u het net of de palen raakt met uw lichaam, kleding of racket

Competitie

Competitie spelen: iets voor u?

Heeft u na veel wikken en wegen besloten om competitie te gaan spelen, dan zijn er bij onze vereniging twee mogelijkheden, namelijk de voorjaars- en de najaars competitie. In de meeste gevallen wordt om wat ervaring op te doen eerst deelgenomen aan de voorjaarscompetitie.

Elk team heeft een captain. De captain moet ervoor zorgen dat voor zijn/haar team de competitie zonder strubbelingen verloopt. Als een speler/speelster niet kan spelen (alleen met geldige reden!!) zorgt deze zelf, in overleg met de captain en eventueel de competitieleider voor een vervanger/ster. De captain zorgt dat er voldoende shuttles zijn, dat de competitieformulieren GOED worden ingevuld en dat er bij een thuiswedstrijd scheidsrechters zijn (meestal tellen de teamleden om de beurt).

Op een foutief of onvolledig ingevuld competitieformulier staat een boete van de bond die bij onachtzaamheid uwerzijds door u zelf betaald moet worden. De captain zorgt bij een uitwedstrijd voor een goede afspraak betreffende vervoer, zodat alle teamleden op tijd bij de ontvangende club zijn. Als het team zelf een club ontvangt, dient de teamcaptain ervoor te zorgen dat iedereen op tijd aanwezig is en dat de tegenstander ruim de tijd heeft om in te slaan en aan de zaal te wennen. Het is verplicht om tijdens de najaars-, en voorjaarscompetitie de wedstrijd te starten in een officieel clubshirt.

Hoe hoort het eigenlijk?

  1. Zorg dat u bij een thuiswedstrijd ruim op tijd aanwezig bent om uw gasten te verwelkomen.
  2. Zorg ook bij een uitwedstrijd dat u op tijd aanwezig bent. Dit kan ook belangrijk zijn als de wedstrijden uitlopen en er tijdgebrek ontstaat (het kan u punten schelen!).
  3. Zorg ervoor dat de gasten geruime tijd kunnen inslaan met goede shuttles. Voor elke partij moeten zij ook nog in de gelegenheid worden gesteld om even in te slaan.
  4. Wens uw tegenstander(s) bij het begin van de wedstrijd een prettige wedstrijd en als u verliest, vergeet dan niet hem of haar te feliciteren.
  5. Bedankt te allen tijde de scheidsrechter even voor het tellen.
  6. Leg je bij een beslissing van de scheidsrechter neer en ga niet discussiëren.
  7. Moet de shuttle naar de tegenstander voor het serveren, schop hem dan niet, maar geef hem of sla hem beleefd en gericht met uw racket naar de juiste plaats.
  8. Vloeken en schelden, met uw racket tegen het net slaan of op de grond slaan, ook al bent u alleen kwaad op u zelf, maakt beslist GEEN goede indruk.
  9. Wacht met serveren tot uw tegenstander klaar staat.
  10. Zeg “sorry” tegen uw tegenstander als u via het net scoort.
  11. Blijf ook naar de wedstrijden van uw teamgenoten kijken (ook al zijn ze niet spannend).
  12. Als u op de tribune zit, mag u geen aanwijzingen geven aan uw teamgenoten die aan het spelen zijn.
  13. Het wordt erg op prijs gesteld als u na afloop van de wedstrijd nog even de tijd neemt om met elkaar iets te drinken (en de tegenstander iets aanbiedt).

Kort samengevat: Wees een goede en sportieve gastheer/vrouw.

Algemene regels

Oversteken speelbaan
Welgemoed betreedt u de sportzaal. Tot uw vreugde ziet u dat nog niet alle banen zijn bezet. U loopt snel naar de vrije baan en kruist hiermee een speelbaan. Op dat moment ontstaat een botsing omdat de speler op dat veld toevallig achteruit loopt. Houd hier rekening mee en loop niet door een veld, maar er omheen.

Oprapen shuttle
In het vuur van de strijd kan het gebeuren dat een shuttle op de naast gelegen baan terecht komt. Wacht eerst tot hun spel stil ligt alvorens u de shuttle opraapt. Dus: Kruis nooit een baan waarop wordt gespeeld en kom niet te dicht bij de zij- en achterlijnen. Het is niet alleen gevaarlijk maar ook hinderlijk indien u dit wel doet.

Warming-up…U ???
Enthousiast komt u de sporthal binnen. Het liefst zou u gelijk met badmintonnen beginnen, maar … wees verstandig. De warming-up is de voorbereiding op de lichamelijke prestatie, in dit geval een badminton wedstrijd. Is de warming-up nu zo noodzakelijk? Dat is toch alleen maar voor topspelers hoort men vaak zeggen. Helemaal niet, hier volgen twee voorbeelden waarom de warming-up ook voor recreatiespelers   zo belangrijk is.

Blessures
Blessures loopt men vaak op in het begin van wedstrijden, omdat men geen warming-up heeft gedaan. Het verrekken van spieren in benen en rug, pijn in de schouder en arm, door de enkel gaan enz. zijn de resultaten van te weinig of geen aandacht schenken aan warming-up.

Betere prestatie
Wanneer men een lichamelijke prestatie levert, zoals een training of een wedstrijd, hebben de spieren meer zuurstof nodig om optimaal te kunnen fungeren. Door een warming-up stijgt de temperatuur in de spieren en in het lichaam. Daardoor wordt de zuurstoflevering aan de spieren makkelijker en de doorstroming van het bloed in de spieren verhoogd.
De spieren worden voorbereid op een langdurige zwaardere prestatie.
Dit is een goede uitgangspositie om een wedstrijd in te gaan..

Hoe doet men een warming-up?
Er bestaan veel methoden en programma’s van een warming-up. Dit verschilt van sport tot sport. In het algemeen kan men zeggen dat men voor een goede warming-up de volgende regels moet volgen:

1. Begin met de grote spiergroepen (bewegingen die een groot deel van het   lichaam laten werken). Later volgen de kleinere spiergroepen.
2. Het is verstandig in het begin en aan het eind met lagere intensiteit te werken.
3. In het begin moet men abrupte bewegingen, zoals plotseling  stoppen of draaien, vermijden. Dit kan blessures veroorzaken.
4. Gedurende de warming-up moet men alle gewrichten die men bij badminton gebruikt goed bewegen.
5. Een warming-up voor badminton duurt 10 tot 30 minuten.

Eenvoudige warming-up:
1. Jogging 2 min.
2. Verschillende armbewegingen 3 min.
3. Armen boven het hoofd, afwisselen 1 min. achter het hoofd en tussen de benen door
4. Armen boven het hoofd van links 1 min. naar rechts bewegen
5. Jogging (wat sneller) met 2 min. knieheffingen tussendoor

Deze warming-up is voldoende voor de recreatieve badmintonner, maar niet voor iemand die voor een zware wedstrijd staat.

Warming-up met shuttle en racket op de baan
1. A en B spelen clears (2 min.)
2. A geeft aan met clears en dropshots en B loopt tussen de achterlijn en het net om de clear met een clear en de dropshot met een lob terug te spelen (2 min.)
3. A en B wisselen (2 min.)
4. A en B staan beide bij het net om netdrops te oefenen (2 min.)
5. A geeft een hoge service, B smasht, A speelt een korte verdediging terug aan het net, B loopt naar het net en speelt een netdrop terug, A speelt weer omhoog enz. (2 min.)
6. A en B wisselen (2 min.)
7. A en B slaan strakke slagen naar elkaar (evt. 2 min. drives)